|
|||||||||||||||||||||||||||||
Baltrum - een eeuw geleden |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
...Een kuurgast, die vandaag de dag (Opmerking "1953") uit haast alle richtingen comfortabel - zonder van Hannover uit bijvoorbeeld drie maal te moeten overstappen - in doorlopende wagens in Norddeich-Mole als het ware direct langszij het mooie motorschip naar Baltrum gevaren wordt, die na een aangename overtocht door het wad op het eiland aangekomen, op mooie, aangename, rood geplaveide wandelwegen naar het hotel of zijn pension gewandeld is, aldaar in zijn vriendelijke kamer met electrisch licht en stromend water komt, kan zich waarschijnlijk amper voorstellen hoe het er hier toentertijd, vele jaren terug, uitzag. Waarschijnlijk is menigeen daarin geďnteresseerd, meer ervoor te lezen. Alleen al de reis naar de zee was een bijzondere gebeurtenis. Natuurlijk waren er toen al D(oorgangs)-treinen met restauratiewagen en ander comfort. Zover ligt de tijd van het begin van de 20e eeuw nog niet achter ons. Maar met deze treinen kon men gedurende een reis naar Baltrum hooguit tot Oldenburg reizen; vervolgens reisde men na meermaals overstappen verder via Jever - Sande - Esens of via een soortgelijke route, tot men "ergens daar boven in Oostfriesland" op het kleine station van Dornum uit een boemeltreintje stapte. Van daaruit moest men nog een poosje verder met paard en wagen - in ons geval op de late namiddag met stromende regen met een half open "chaise" - naar de kust naar Neßmersiel, waar wij voor de eerste keer de zee aanschouwden, onstuimig, helemaal grijs - . Op de kade wachtte geen stoombootje op ons - een zwaar, breed zeilschip met (hulp)motoren, de "Möwe" (meeuw) lag er aangemeerd, schommelend en krakend aan de trossen! Het hielp niets, we moesten, - wilden we naar de anderekant - , dit nou niet bepaald uitnodigende voertuig voor lief nemen, alhoewel we meer vertrouwen in een echte stoomboot hadden.
Lang duurde de overtocht van Neßmersiel naar Baltrum echter niet. Het was desalniettemin lang genoeg voor mijn moeder en mijn zuster om behoorlijk zeeziek te worden, nadat ze uit de stromende regen en de gierende wind hun kajuit in gevlucht waren. Geen wonder dat ze ziek werden in een zo kleine, benauwde ruimte met een hangende petroleumlamp aan dek, die zo heen en weer schommelde, dat 'ie alleen al iemand uit zijn evenwicht kon brengen! - Wij landden op Baltrum in dezelfde omgeving, waar ook vandaag nog aangelegd wordt, en vervolgens liepen we door het diepe zand, gedeeltelijk over loopplanken, Westdorf in naar ons logeeradres naast Küpers Hotel, dat dus toen ook al bestond, maar natuurlijk nog niet zo groot en uitgebreid was als vandaag de dag. Het vriendelijke echtpaar dat de kamer verhuurde deed alles, om het verblijf van hun kuurgasten zo aangenaam mogelijk te maken: ze brachten direct een staande petroleumlamp op de kamer en op de nachtkastjes stonden al kaarsenstanders klaar met een doosje lucifers ernaast... Vers water werd naarstig uit een bron daarnaast aangedragen; er was immer noch electrisch licht noch een waterleiding op het eiland! Hoe moeizaam was dan de - Godzijdank - slechts korte weg naar het strand door de duinen over de zandige paden! Natuurlijk, er lagen loopplanken om het de kuurgasten makkelijk(er) te maken. Maar die boden amper plaats voor een persoon; men moest als ganzen achter elkaar lopen en als er een tegenligger opdook moest men steeds weer tot de enkels in het zand! Maar toen al was het strand mooi en breed; natuurlijk stonden er in die tijd nog niet de mooie, comfortabele strandtenten van nu, maar strandkorven, die men vandaag de dag nog gedurende een duinenwandeling naar het oosteinde van het eiland bewonderen kan. Daar staan op een hoge duin nog twee van zulke korven boven op een stang als zeebaken, die ik lachend weer begroette.Het waren een soort ondersteboven gekeerde, langachtige ronde wasmanden/-korven, waarvan de bodems als zitplaats dienden en aan de achterkant waren tot bovenaan toe rugleuningen gevlochten, die echter bij regen en wind maar weinig beschutting konden bieden, want ze waren nog niet zoals in latere jaren aan de binnenkant met tentlinnen gevoerd. En met de benen zat men als het ware altijd "buiten"! En toch - we wisten niet beter! - voelden we ons goed en regenereerden we altijd prima aan het strand, wij stadskinderen, hier buiten op de mooie grote zandspeelplaats, alhoewel we natuurlijk niet als vandaag in badtenue rondlopen mochten, o nee! We droegen de bekende matrozen-waspakjes, turnschoenen en eventueel "kuitkousen" en nadat we thuis gekomen waren lieten we dan onze vader trots debruingebrande huid, die onbedekt geweest was door de blouse en (soms) door de kousjes, die we nog wel eens naar beneden trokken... -"Heinz moet later eens op blote voeten lopen", schreef mijn moeder in juli 1906 op een ansichtkaart aan haar moeder in Berlijn.En dat was een hele gebeurtenis in die tijd, door het water waden en met hoog opgetrokken broekjes poedelen! - Tussen twee golfbrekers, voor de lage palissademuur - die destijds om de hele noordwestkant van het eiland liep - (aan de zuidwestkant naar de aanlegplaats toe is heden nog een deel daarvan te zien) waren het dames- en herenbad ingericht. Maar ze lagen niet dicht bij elkaar, maar ertussen lag nog een "neutrale zone", en het wandelen op de palissademuur was gedurende de badtijden voor heren verboden. Ze hadden immers anders de badengelen met hun - voor hedendaagse begrippen onmogelijke - badtenues kunnen zien met de lange tot over de helft van de kuit reikende broeken, mooi versierd met randen waarop kleine schipmotiefjes stonden. - Het aankleden moest in de - wellicht vele lezers nog bekende groene - mobiele badcabines plaatsvinden, die vervolgens naar het water gereden werden en waaruit men via een kleine trap direct in het zoute water kon stappen. - Natuurlijk moesten voor het baden badkaarten gekocht worden. Uit de strandstoel opstaan en in zee baden, zoals vandaag gebeurt, was niet toegestaan! - Toentertijd was er op Baltrum nog helemaal geen sprake van "kuurbedrijvigheid". Er waren naar schatting slechts 300 badgasten op het eiland, die op zich ook niet om bijzondere gebeurtenissen of evenementen vroegen. Er stond bij Küper immers een piano op de veranda, waarachter soms een gast ging zetten en de gebruikelijke salonstukken "Das Gebet einer Jungfrau" of de "Husarenritt" voor een dankbaar publiek ten gehoor bracht. Dan mochten wij kinderen ook eens langer opblijven en luisteren. Idyllisch, zoals nu ook nog het geval is was het kleine eilandkerkje met het klokje op een hoge klokkenstoel daarnaast, dat er vandaag de dag nog staat. Vroeger zat echter het klokkentouw er ook aan, en als ik er vandaag nog eens peinzend blijf staan, denk ik met een zekere trots daaraan, dat ik zelf een keer als jongen het klokje op zondag mee mocht helpen luiden, samen met mijn eilandvriend Hinrich, die tegenover ons woonde en die toen in de loop van het jaar met menig kuurgast-jongen vriendschap zal hebben gesloten. Hij had namelijk naast het huis van zijn ouders een kleine boot liggen, waarbij je zo heerlijk spelen kon, zodat mijn moeder vaak moeite had, om mij mee te krijgen naar het strand...! - De communicatie met Hinrich verliep weliswaar niet vlekkeloos, omdat hij alleen zijn Fries dialect beheerste, dat mij niet altijd duidelijk was. Maar we konden het uitstekend met elkaar vinden! - Heinz Band, "Die Inselglocke" (De eilandklok) |
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Page updated 21.4.2007 Copyright Cultureel-historische vereniging Baltrum ("Heimatverein Baltrum e.V.") Vertaling: Sieteke Gordon-Zuiderveld |