 |
| De inheemse bevolking |
|
|
"[...] de inheemse bevolking is meestal erg arm en leeft van de visvangst [...] niet zelden vinden ze de dood op het water [...] Het varen op zee heeft voor de meesten van deze mensen een grote aantrekkingskracht en toch, geloof ik, voelen ze zich thuis 't best. Ook al zijn ze op hun schepen naar die zuidelijke landen gekomen [...] midden op de geurende geboortegrond van de lente gaat een ieder terug naar zijn zandeiland, naar zijn kleine hut, naar de flakkerende haard, waar de zijnen, goed behouden in wollige jassen, rondlopen en thee drinken, die zich alleen door de naam onderscheidt van gekookt water, en (in) een taal kletsen, waarbij het amper duidelijk schijnt te zijn, hoe het mogelijk is, dat ze deze zelf kunnen verstaan."
Vertaling van een gedeelte uit reisberichten "Die Nordsee", 1826

|