|
|||||||||||||||||||||||||||||
Eten en drinken 100 jaar geleden |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Toen Paul Erich Küppers, kunstenaar en zomergast op Baltrum, in 1919 door de golven van de Noordzee door elkaar geschud uit de branding stapte, zei hij: "Mensen, nu is het genoeg met de oneindigheid en de kosmos. Hij komt me de neusgaten uit. Kun je op dit eiland niet ergens een goede zeekreeft eten met een pul wijn?" Zeekreeft? Pul wijn? - Nou ja, wijn kon je in 1919 op Baltrum zeker wel krijgen, alhoewel het het eiland niet bijster voor de wind ging na enkele decennia toerisme. Maar het hoofdbestanddeel van het wintervoedsel bestond uit vis, vers, gedroogd en gezouten. Zelfs bij de thee werd op zondagmiddag de gast gedroogde vis aangeboden. Als de visvoorraad uitgeput was, haalde men mosselen, waarover ze zeggen: "Mussel is'n groot Fisk, wenn d'r anders nix is." (Een mossel is een grote/goede vis, als er anders niks is). M.b.t. de voedingswaarde zegt men "Drie mosselen - een ei." Vlees in alle soorten gold als lekkernij, echter het konijntje als zondags stuk vlees lieten de eilanders zich niet ontgaan. Zij gingen naar de duinen om het stiekem uit zijn hol te graven. Menigmaal lees je in oude berichten over klachten met betrekking tot beschadiging van de duinen en stroperij. Brood en meelspijzen: het broodbakken deed men zelf. Rogge werd van het vasteland ingevoerd. Gedurende de kersttijd was er in plaats van het anders gewoonlijke donkere brood of roggebrood eigen gebakken "Stuten" (soort krentenbrood), soms ook een zwaar witbrood met krenten. Donker brood geweekt in melk heette "Stön in 't Liev" (Steen in't lijf).Een ander gerecht was "Karmelkbree", een soort zure melksoep met "Gört" ("Grütze"); in Nederland kennen we het nog als "karnemelks(e)pap". Een delicatesse was "Sackkok", die met gist- of brooddeeg en rozijnen in een doek gebakken en met siroop en "Butterstipp" opgediend werd. Typisch voor Baltrum was het gebak van roggenmeel en zemelen, zonder gist, dat op de fornuis- of kookplaat gebakken werd: de "Buntjes". Als je geluk hebt, wordt het je vandaag de dag nog bij Baltrumse straatfeesten aangeboden. Aan groente at men in het bijzonder bonen, wortelen, kool en uien.De gedroogde "updrögt Bohnen", die in de zomermaanden aan snoeren of lijnen opgeregen werden, waren een zondagsmaal. Ook ingemaakte "Prunkelbohnen" uit de "Pullpott" ("Steintopf" = stenen pot) werden zeer gewaardeerd. Groene kool kon je in elke tuin vinden - hij werd vanwege de onvruchtbare grond met een mix van schapenmest, "Teek" (afgezet, verrot gras) en mosselen bemest. Witte kool, rode kool en koolrapen kreeg men in de herfst van het vasteland. De Baltrumse "Sandkartoffel" (zandaardappel) was bijzonder lekker en op het vasteland erg in trek! Fruit was er, net zoals vandaag, amper op Baltrum. Paul Otten schrijft:Fruit was op Baltrum van oudsher een begerenswaardig artikel. Als het van augustus tot september heette "Konen liegt up Rä!" was het voor de eilanders elk jaar een bijzondere gebeurtenis. De uit Westrhauderfehn afkomstige schipper bracht turf en appels naar het eiland. Hij verkocht zijn appels "fatjeweise" (per vat) en bracht tijdens zijn laatste herfstreis dikke, rode paradijsappels mee, die als winterfruit tot de kerst opgeslagen konden worden. Wat de eilanders toen dronken was ook al thee.Meerdere keren over de dag verspreid betekende het "drei Tassen sind Ostfriesenrecht" ("drie kopjes is Oostfriesenrecht", variant op : "drie keer is scheepsrecht"), ... en vergeet u niet bij het bezoek op zondag de theelepel in de lege kop te leggen, anders zou het u wel een net zo kunnen vergaan als toentertijd de pastoor uit Norden, die dit gebruik niet kende en nadat de thee 32 keer nageschonken was uiteindelijk, helemaal wanhopig, het theekopje maar in zijn broekzak stopte! Wegens het natkoude klimaat was het genot van alcoholische drankjes op de eilanden eigenlijk gebruikelijk. Vooral brandewijn. Met Nieuwjaar was er "Kassenbranntwein" (kersenbrandewijn, die in grote galonen van het vasteland kwam). De oude eilanders vertelden, dat zij daarbij "manch' kesse Sohle auf die Holzdielen gelegt hätten" (heel wat dansnummertjes ten beste hebben gegeven). Bij feestelijke aangelegenheden, in het bijzonder bij de doop van een kind, kregen de gasten rozijnen op brandewijn. Dit is bij de huidige inheemse bevolking nog steeds gewoonte. In vele huishoudens dronk men het - volgens oud recept bereide - "Eierbeer" met een redelijk laag alcoholpercentage. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Page updated 21.4.2007 Copyright Cultureel-historische vereniging Baltrum ("Heimatverein Baltrum e.V.") Vertaling: Sieteke Gordon-Zuiderveld |